Hoogintelligent, hoogbegaafd, hoe zit het eigenlijk?

Waarom het moeilijker lijkt dan het is

Door Noks Nauta op april 1, 2026

Dit blog is een bewerking van een artikel dat ik publiceerde in de Nieuwe Mensa Berichten op 21 november 2025. 

Ik merk dat er verwarring is over de termen hoogintelligent en hoogbegaafd. Die verwarring los ik waarschijnlijk met dit blog niet op. Toch voel ik behoefte om te beschrijven hoe ik ernaar kijk. Recent was er weer een discussie over op LinkedIn en toen bekroop me het gevoel dat men het veel moeilijker maakt dan nodig is. Hieronder mijn uitleg over de termen.

Toen ik 26 jaar geleden lid werd van Mensa, las ik in de statuten dat Mensa een vereniging is van mensen met een hoge algemene intelligentie. Dat staat er nog steeds op de site. En dat klopt, want je kunt alleen lid worden met een uitslag van een erkende intelligentietest (of de Mensatest), waarop je scoort in de bovenste 2% (dus vanaf het 98e percentiel).

Mensa hanteert een score in de bovenste 2%. Dat is echter niet precies hetzelfde als de statistische afspraak dat je van hoge intelligentie kunt spreken bij een score van gemiddeld plus twee standaarddeviaties. Bij een test met een standaarddeviatie (spreidingsmaat) van 15, begint de derde standaarddeviatie bij 130 (dat is dan de bovenste 2,3%) en Mensa hanteert dan 131 als grens.

Naast hoge algemene intelligentie staat het woord hoogbegaafd ook op de site van Mensa. Zijn de termen hoogintelligent en hoogbegaafd dan synoniem? Nee, in strikte zin niet. Maar in de basis ook weer wel.

De volgende uitspraken dragen volgens mij bij aan de verwarring over de twee termen:

  • ‘… Hoogbegaafd is meer dan een hoog IQ’.
  • ‘… Ook zonder een hoog IQ kun je hoogbegaafd zijn’.
  • ‘… Er zijn mensen met een hoog IQ die niet hoogbegaafd zijn’.
  • ‘… Een IQ zegt niets….’
  • ‘… …’

En nog veel meer.

Het is niet allemaal onwaar, maar echt helder is het ook niet. Hoe zit het eigenlijk? Voor goede communicatie is het fijn als we dezelfde uitgangspunten hebben. Ik leg hierna in het kort uit wat intelligentie is, en hoe we de termen hoogintelligent en hoogbegaafd volgens mij het beste kunnen gebruiken. Ik geef enkele referenties voor wie verder wil lezen.

Wat is intelligentie?

Intelligentie wordt al gemeten sinds het begin van de 20e eeuw. Alfred Binet begon ermee in Frankrijk om te onderzoeken welke kinderen extra ondersteuning op school nodig hadden. Zijn test is in de Verenigde Staten (aan de Stanford Universiteit) gebruikt om er de Stanford-Binet test van te maken. En die ging ook aan de bovenkant meten.

Over intelligentie is in de psychologie (ondanks uitspraken van sceptici) wel degelijk consensus ontstaan: er zijn verschillende onderdelen die samenkomen in de zogenaamde g-factor (general intelligence). Russell Warne noemt in zijn boek de volgende vier ‘technische termen’ die met elkaar samenhangen en toch verschillend zijn:

  • Cognitive abilities: alle vaardigheden waar je een mate van denken of redeneren voor nodig hebt.
  • Intelligence: het algemene vermogen tot leren, redeneren en complexe ideeën – aankunnen (Gottfredson, 1997).
  • Factor g staat voor general intelligence. Dit is uitwisselbaar met de term intelligence.
  • De uitslag op een test voor intelligentie is niet gelijk aan g, maar een combinatie van g en niet-g, waarbij de beste testen weinig niet-g invloeden hebben.

Er zijn sinds die eerste testen veel aanpassingen gedaan en momenteel zijn er in de psychologie verschillende intelligentietesten die men beschouwt als valide (meet de test wat deze beoogt te meten?) en betrouwbaar (als je hem weer afneemt, meet die dan hetzelfde?). De testen die als valide en betrouwbaar worden gezien, correleren sterk met elkaar. Dat wijst erop dat ze ongeveer hetzelfde meten.

Voor het laten meten van intelligentie zijn de volgende zaken van belang:

  • Je meet de intelligentie bij voorkeur als onderdeel van een breder onderzoek, waarin een gesprek past, waarin wordt meegenomen waarom de test wordt gedaan en wat men met de uitslag gaat doen.
  • Een test wordt bij voorkeur afgenomen onder normale omstandigheden (niet als iemand bijvoorbeeld vermoeid is, of medicijnen gebruikt die de concentratie verminderen). Als je fit genoeg bent om aan het verkeer deel te nemen, ben je ook fit genoeg om een intelligentietest te doen.
  • Als iemand een andere taalachtergrond heeft dan die van de test, wordt aangeraden een zogenaamde Culture Fair test te gebruiken.
  • Je kunt niet hoger scoren dan je werkelijke capaciteit, wel te laag.
  • Ook als je van tevoren oefent met boekjes en ander oefenmateriaal, kun je nooit veel hoger scoren dan je werkelijke potentieel.
  • Als de testuitslag onverwacht veel lager is dan verwacht, is het goed om na te gaan wat de reden kan zijn. Per test staat aangegeven na welke termijn de test eventueel nogmaals kan worden uitgevoerd (in verband met leereffecten).

Waarom zijn mensen zo voorzichtig met het woord ‘intelligentie’?

Ik ben nu 26 jaar bezig met kennis over hoogbegaafdheid en dus over hoge intelligentie. Maar het verbaast me dat ik mensen, ook mensen die hier professioneel mee bezig zijn, zelden hoor praten over hoge intelligentie. Het lijkt wel of het woord ‘intelligentie’ bewust vermeden wordt.

Ik ben gaan zoeken waarom de term ‘intelligentie’ voor mensen ongemakkelijk zou kunnen zijn.

De volgende redenen kwam ik o.a. tegen:

  • Intelligentie is een abstract en complex concept. Je kunt het niet zien.
  • Intelligentie begrijpen vereist ook statistische kennis, die hebben veel mensen niet (voldoende).
  • Er zijn mensen die het begrip hogere intelligentie koppelen aan betere mensen en aan het idee van eugenetica (selectieve voortplanting van mensen met gunstige kenmerken, zoals bijvoorbeeld hogere intelligentie) en dat afwijzen.

Ik vind het fascinerend dat met name de derde reden door mensen wordt genoemd (of gevoeld zonder dat ze het benoemen?), die zelf hoogintelligent zijn maar ook door mensen die dat niet zijn. Het is daarmee volgens mij eerder een politiek-maatschappelijk gevoel, dat we allemaal gelijkwaardig zijn. Dat we niet beter zijn dan anderen. Dat je je hoofd niet boven het maaiveld moet uitsteken.

Eerlijk gezegd ken ik niet veel hoogintelligente mensen die zichzelf beter vinden dan minder intelligente mensen. Wel geven ze nogal eens aan dat ze het moeilijk vinden om bijvoorbeeld te werken in een omgeving waar de intelligentie gemiddeld een stuk lager ligt dan die van hen.

Het blijft lastig om een goede afweging te maken van het enerzijds gebruik maken van je capaciteiten (intelligentie als (denk)vermogen) en anderzijds het niet willen uitstralen dat je een beter mens bent dan anderen.

Als we naar lichaamslengte kijken, is dat helemaal niet aan de orde. Je kunt er niets aan doen of je lang of kort bent.

Als je naar grote sportieve en muzikale prestaties kijkt, die bij jonge mensen ook samenhangen met een erfelijke aanleg, dan worden daar vaak geen vraagtekens bij gezet.

Uiteraard moet men voor sport en muziek (bij erfelijke aanleg) ook nog heel hard trainen en oefenen, maar dat geldt beslist ook voor intellectuele prestaties! Intelligentie alleen is niet voldoende voor grote prestaties. Vanwaar toch die schaamte voor wat we aan intelligentie hebben mee gekregen bij onze geboorte?

Wat is hoogbegaafd?

Toen Mensa-lid Willem Wind in 2006 aan mij vroeg, hoe we onder wetenschappers, onderwijsmensen, professionele hulpverleners en hoogbegaafden zelf, consensus konden kunnen creëren over wat hoogbegaafd nu eigenlijk is, gaf ik aan dat daar consensusmethoden voor zijn. Zoals de Delphimethode, die speciaal is bedoeld voor het creëren van consensus onder beroepsbeoefenaren.

Maud Kooijman-van Thiel pakte dit idee graag op, en startte haar onderzoek met twintig mensen die aangaven zelf hoogbegaafd (feitelijk hoogintelligent) te zijn, én professioneel te werken met hoog     intelligente mensen. De Delphimethode bestaat uit schriftelijke rondes waar je stellingen voorlegt, vraagt of mensen het ermee eens of oneens zijn en ook waarom. De antwoorden worden verzameld en gedeeld met de hele groep. Gestreefd wordt naar minimaal 70% consensus. Door het aanpassen van de stellingen aan de commentaren, wordt soms nog een hoger percentage bereikt.

Het doel van de Delphistudie was om te komen tot een beschrijving van kenmerken van mensen met een hoge intelligentie, die neutraal tot positief geformuleerd was, en ook geschikt kon zijn voor uitleg buiten de kring van hoogintelligente mensen.

Na vijf rondes heeft Maud het zogenaamde ‘Delphimodel hoogbegaafdheid’ opgesteld en daar een boek over geschreven (Kooijman – van Thiel, 2008). Voordat het boek er kwam, is eerst eind 2007 een bijeenkomst georganiseerd in Artis, waar 200 mensen, voornamelijk Mensa-leden, aanwezig waren. Het was een congres met lezingen en veel interactieve sessies (bijvoorbeeld op zeepkisten). De reacties op het conceptmodel waren overweldigend positief! De Mensa-leden wisten natuurlijk van hun hoge intelligentie (het denken), maar dat mensen met een hoge intelligentie ook in hun zijn, hun willen, hun doen, hun waarnemen en hun voelen, specifieke kwalificaties laten zien, was een nieuw inzicht en ze werden er erg blij van. Dit droeg duidelijk bij aan meer kennis én meer zelfinzicht. Ook bleek dat het model geschikt was voor mensen die een hulpvraag hadden. Zij konden bijvoorbeeld, indien dat het geval was, bij een bezoek aan een coach beter formuleren waar ze aan wilden werken. Nog steeds hoor ik veel mensen vertellen hoe dit model hen heeft geholpen inzicht te krijgen in zichzelf.

Kritiek op het model is er natuurlijk ook. Een model is niet meer of minder dan een benadering van de werkelijkheid, een vereenvoudiging. Maar de werkelijkheid kunnen we nooit helemaal kennen. Dit model heeft veel mensen inzichten gegeven. En wie een beter model van kenmerken van hoogintelligente mensen kan maken, mag het doen.

Implicaties

Op basis van wat ik hierboven heb geschreven zie ik de volgende implicaties:

  • Hoge intelligentie is een statistisch feit. Als je het meet met een valide en betrouwbare test en je scoort hoger dan gemiddeld, namelijk minimaal plus twee standaarddeviaties, noemen we dat statistisch ‘hoogintelligent’. De exacte score daarvoor hangt af van de test en de standaarddeviatie (spreidingsmaat) van die betreffende test. Mensa hanteert als criterium een score in de bovenste 2%.
  • Kenmerken van mensen met een hoge intelligentie zijn beschreven in het Delphimodel hoogbegaafdheid. Het is te zien als een grootste gemene deler. Dat model is géén definitie en je kunt het ook niet gebruiken als afvinklijstje.
  • Mensen die geen intelligentietest hebben gedaan kunnen zich toch herkennen in het Delphimodel hoogbegaafdheid. Sommigen gaan dan een intelligentietest doen, anderen niet. Dat is allebei oké. Als je jezelf herkent in de beschrijving van het Delphimodel hoogbegaafdheid, kun je best zeggen dat je je herkent in de kenmerken van hoogbegaafdheid.
  • Als je bij een intelligentietest een hoge score haalt, hoger dan gemiddeld plus 2 standaarddeviaties of (voor Mensa criteria) in de bovenste 2%, ben je per definitie hoogintelligent. Je mag jezelf dan ook hoogbegaafd noemen, dat is immers de beschrijving van mensen met een hoge intelligentie.
  • Hoogintelligent is een smalle, exacte term. Hoogbegaafd een bredere, minder exacte term. Maar ze kunnen niet zonder elkaar bestaan.

Terug naar de uitspraken aan het begin

‘Hoogbegaafdheid’ is niet zozeer méér dan een hoog IQ, zoals veel mensen zeggen. Het woord komt uit een andere benadering. Hoogbegaafd is een beschrijving van mensen met een hoge intelligentie. Die intelligentie is dan het meetbare element van hoogbegaafdheid.

Van mij mag je het woord hoogbegaafd of vermoedelijk hoogbegaafd ook gebruiken zonder een officiële testuitslag, maar dan ga ik er wel vanuit dat er aanwijzingen zijn voor een hoge intelligentie. Dat kan op basis van iemands levensverhaal en op basis van hoe iemand in het contact overkomt.

Wie een hoog gemeten IQ heeft, is ook hoogbegaafd (dat is immers de beschrijving van mensen met een hoge intelligentie). Al kan het zijn dat in iemands leven sommige kenmerken (zoals in het Delphimodel beschreven) nog niet tot uiting zijn gekomen, of zelfs onderdrukt zijn.

Hoogintelligent betere term?

Ik ben van plan vanaf nu vaker de term hoogintelligent te gebruiken als die opportuun is. Misschien gaan er meer mensen toe over om dat te doen. Je omzeilt dan de verwarring over wat hoogbegaafd nu eigenlijk is.

Verder lezen

Gottfredson, L.S. (1997). Mainstream science on intelligence: An editorial with 52 signatories, history and bibliography. Intelligence, 24, 13-23.

IHBV leaflet: Ben ik hoogbegaafd of niet? IHBV| Leaflets

Kooijman-van Thiel, M.B.G.M. (red). (2008). Hoogbegaafd. Dat zie je zó! Over zelfbeeld en imago van hoogbegaafden. Ede: OYA Productions.

Warne, R.T. (2020). In the Know. Cambridge: Cambridge University Press.

Wikipedia: Intelligentie – Wikipedia

Noks Nauta 200x300 1
Foto: Noks Nauta

Website: www.noksnauta.nl

Blog: noksnauta.wordpress.com

Lees ook: